Laatste ontwikkelingen op het gebied van voeding, beweging & sedentair gedrag

Datum: 25 april 2017

Het VIGeZ bundelt elke drie maanden nieuws en achtergrond over voeding, beweging en sedentair gedrag. Lees het in de nieuwsbrief of lees hier onze artikels online.

Literatuur

VIGeZ was erbij

Gezonder shoppen online?

Koop je zowel je boodschappen in een online als offline supermarkt? Dan geef je minder aan ongezonde voeding uit bij online shoppen dan wanneer je in een fysieke supermarkt je boodschappen koopt (respectievelijk 5,7% versus 10,4%). Dat is het resultaat van een studie van de Marketingafdeling van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van Universiteit Gent. Het verband geldt voor alle onderzochte categorieën van ongezonde voeding (zoute snacks, chips, chocolade, snoeprepen en snoepgoed): online geef je in verhouding minder uit aan ongezonde voeding.

Productpresentatie

De oorzaak van het verschil tussen online en offline ongezonde voeding kopen, zou voor een groot deel terug te brengen zijn naar de productpresentatie. In een online winkelomgeving krijgen consumenten enkel foto’s van producten te zien. In een fysieke supermarkt moeten consumenten echter weerstaan aan de fysieke producten zelf.

Exclusief online of offline winkelen

Bij consumenten die enkel online hun boodschappen doen, in vergelijking met consumenten die enkel fysiek naar de supermarkt gaan, werd hetzelfde verband vastgesteld: gemiddeld spenderen de exclusief online consumenten 5,6% van hun virtuele winkelmand aan ongezonde producten, terwijl de offline consumenten maar liefst 11,1% uitgeven aan ongezonde voeding.

Onduidelijk effect op voedingspatroon

Een nadeel aan deze studie is dat de onderzoekers enkel naar het aankoopgedrag in één winkelketen hebben gekeken. Het zou best kunnen dat online consumenten hun ongezonde producten elders aankopen. Het effect op ons voedingspatroon blijft dus onduidelijk. Maar gezien het groeiend belang van online shoppen is dit zeker een interessante piste die verder onderzocht dient te worden.

Meer weten

Studiedag Duurzame voeding

Hoe realistisch is het? Voldoende, betaalbaar en gezond voedsel blijven produceren zonder onze planeet verder aan te tasten? Tijdens de studiedag van de faculteit bio-ingenieurswetenschappen, Metaforum KULeuven en de provincie Vlaams-Brabant op 16 februari was er tijd en ruimte om deze grote uitdaging te bespreken.

Wat met ons voedsel?

De studiedag opende met de voorstelling van ‘Wat met ons voedsel’. Het boek is het resultaat van twee jaar werk door de KUL metaforum werkgroep rond voedselzekerheid en voedselproductie. Daarna was er een lezing van prof. Louise O. Fresco, voorzitter van de Raad van Bestuur van Wageningen Universiteit in Nederland en schrijfster van het boek ‘Hamburgers in paradijs’. Ze kreeg de dag voordien van de KULeuven een eredoctoraat voor haar expertise in duurzame voedselsystemen en haar belangrijke rol in het maatschappelijke debat daarover. Na haar uiteenzetting volgde een debat.

Wat we onthouden van Louise Fresco

Ondervoeding versus zwaarlijvigheid

We consumeren steeds meer kilocalorieën, ook de middenklasse in ontwikkelingslanden. Deze landen krijgen te kampen met een zogenaamde ‘double burden’: een deel van de bevolking is ondervoed, een ander deel te zwaar. Wereldwijd zijn 3,6 miljard mensen niet goed gevoed (te weinig of te veel).

We eten te veel vlees

De vleesconsumptie blijft een complex verhaal. Enerzijds zijn dierlijke eiwitten, weliswaar in kleine hoeveelheden, belangrijk voor de mens. Maar we eten momenteel te veel vlees. Anderzijds is niet alle grond geschikt voor tuinbouw, en ook: niet alle gewassen zijn eetbaar voor de mens (bv. grasland). Vlees blijft bovendien een bijproduct van de eier- en melkproductie.

Alternatieven voor eiwitten

Hoe kunnen we voldoende eiwitbronnen voorzien voor iedereen? De behoefte kan niet worden gedekt met dierlijke eiwitten alleen. Als mogelijke alternatieven noemt Fresco algen en zeewieren (als directe bron van omega-3 i.p.v. vis), paddenstoelen en insecten.

Wat is grootschaligheid?

De terugkeer naar een kleinschalige landbouw is niet de oplossing om duurzame én voldoende voeding te produceren voor iedereen. Die moeten we volgens haar eerder zoeken in technologische maar duurzame innovaties en optimalisaties. Fresco geeft daarbij het voorbeeld van serres die ook warmte produceren om bijvoorbeeld huizen te verwarmen, en van robotisering van de pluk van paprika’s. Over grootschaligheid heersen nogal wat misverstanden, dit is voor haar geen synoniem voor dieronvriendelijk of niet voedselveilig.

Bio- en conventionele landbouw

Biologische en conventionele landbouw groeien dichter naar elkaar toe. Zo worden biologische bestrijdingsmiddelen ook meer en meer toegepast in de conventionele landbouw.

Is dichtbij duurzaam?

Dichterbij is niet altijd duurzamer: appelen met de boot uit Nieuw-Zeeland hebben een vergelijkbare of zelfs kleinere ecologische voetafdruk in vergelijking met het langdurig bewaren van appelen in frigo's in eigen land.

Smart fresh labels

De omzetting van landbouwproduct tot wat we op ons bord krijgen, dat is de rol van de voedselverwerkende industrie. Maar dat dit altijd een negatief effect heeft op duurzaamheid mag niet zomaar veralgemeend worden. Zo heeft de voorgewassen sla in een zakje in biologisch afbreekbaar plastic een voordeel ten opzichte van het kopen van een krop sla: er is minder water nodig om te wassen, en minder voedselverlies. Nieuwe ‘Smart fresh labels’ kunnen aangeven of de bewaartemperatuur gerespecteerd wordt en of het product nog geschikt is om te eten.

Supermarkt versus kleinhandel

In de supermarkt is de keuze in voedingsproducten groter dan ooit, net als de kwaliteit en veiligheid. Kleinschalige verkooppunten hebben ook hun plaats maar kampen vaak met het probleem dat hun omzet niet zo groot is, wat ten koste gaat van de kwaliteit van verse producten.

Voedsel vormt onze identiteit

Professor Fresco besluit met de boodschap dat voedsel meer is dan technologie, het vormt ook onze identiteit. De wetenschap heeft niet altijd de waarheid in pacht, maar biedt wel de beste manier om met onze twijfel om te gaan. Deze systematische toetsing moet de basis van het debat zijn.

Wat we onthouden van het debat

Kleinschalige initiatieven

Gert Engelen van Vredeseilanden roept op om te blijven inzetten op kleinschalige initiatieven zonder dit te willen romantiseren. Hij geeft het voorbeeld van Voedsel Anders voor agro-ecologische landbouw. Een combinatie met hoogtechnologische initiatieven is volgens hem zeker mogelijk. Ook in co-creatie met consumenten ziet Vredeseilanden heil, hun project ‘Voedsel voor de toekomst’ brengt dit in de praktijk.

Rol van de overheid

Louise Fresco komt terug op de misverstanden over grootschaligheid. De neerwaartse druk op de prijzen maakt een faire prijs voor boeren moeilijk en ze wijst op de rol van de overheid om dit te veranderen. Een voorbeeld is het versoepelen van de normen voor de vorm van groenten en fruit om voedselverspilling tegen te gaan. Dit staat nog maar recent op politieke agenda. De bereidheid van de consument om een appel met plekjes te eten echter is zeer laag. Ook onderwijs speelt daarin dus een rol: bewustmaking van de burger vanaf de lagere school is essentieel. Maar een vak ‘voeding, gezondheid, milieu’ bestaat nu niet.

Maatschappelijke aanvaardbaarheid

Peter Van Bossuyt van Boerenbond belicht het sociale aspect: technologie en intensivering moeten kansen krijgen, maar daarnaast moet ook de maatschappelijke aanvaardbaarheid bekeken worden. Van het invoeren van taksen is de Boerenbond geen voorstander.

Duurzaam moet goedkoop zijn

Maar is ons voedsel niet té goedkoop, stelt moderator Gerard Grovers, en hebben we daardoor geen gebrek aan respect? De overheid moet meer doen dan inzetten op sensibilisering, er is nood aan wat druk vanuit de overheid om de norm te veranderen. Prijsverhogingen in een vrije markt zijn een riskante kwestie. Wat wel kan zijn fiscale maatregelen en standaardnormen vanuit de overheid. Een deel van de inkomsten moet dan gegarandeerd terugvloeien naar de boer. Het moet een vanzelfsprekendheid worden dat ook de goedkoopste optie duurzaam is.

Zelfvoorzienend Vlaanderen?

Joris Relaes van het ILVO geeft tot slot antwoord op de vraag of Vlaanderen zelfvoorzienend kan zijn? We voeren netto meer uit dan in, maar kunnen niet alles zelf produceren. Daarvoor hebben we in Vlaanderen onvoldoende ruimte.

Meer info

Zie ook interview met Louise Fresco in de nieuwsbrief van de KULeuven

Symposium 20-jarig bestaan Alpro Foundation

 “The moment for plant-based eating is now”. Dat was het onderwerp van het symposium van Alpro Foundation op 24 maart in Brussel. De stichting ondersteunt wetenschappelijk onderzoek naar plantaardige voeding en wil de kennis en bewustwording rond plantaardige voeding en gezondheid bevorderen. Maar liefst 14 internationale wetenschappers deden op het symposium hun wetenschappelijke bevindingen uit de doeken over plantaardige voeding.

Onze eetgewoonten en plant-based eating

Plant-based eating (PBE) roept vele vragen op waar de uitgenodigde sprekers een antwoord op probeerden te formuleren. Volgende vragen kwamen aan bod:

  • Is PBE (plant-based eating) een hype?
  • Zijn de huidige voedingsgewoonten in Europa gerelateerd aan PBE?
  • Kan PBE geassocieerd worden met een langer en beter leven?
  • Hoe kunnen we jonge mensen overtuigen om hun ongezonde snacks en frisdrank te vervangen door gezondere keuzes?
  • Hoeveel gezondheidskosten kan de overheid besparen door PBE te promoten?
  • In hoeverre kunnen onze eetgewoonten een positieve bijdrage leveren voor onze planeet?

Geen uitsluiting van alle dierlijke producten

Mrs. Lynne Garton, een diëtiste uit de UK, lichtte de hype rond plant-based eating toe. Ze merkte op, in lijn met de visie van het VIGeZ, dat PBE niet automatisch alle dierlijke producten uitsluit. We moeten ons eerder leren focussen op toename van plantaardige producten en niet zozeer op “bannen” van dierlijke producten.

Mentaliteitsverschuiving

Een mentaliteitsverschuiving waarbij dierlijke producten niet altijd als het hoofdingrediënt van de maaltijd beschouwd moeten worden, is noodzakelijk. De positieve effecten van een meer plantaardig voedingspatroon zouden bovendien niet zozeer voortkomen uit het weglaten van dierlijke producten, maar wel door een verhoogde inname van plantaardige producten.

Onevenwichtige voedselconsumptie

Prof. Dr. Stefaan De Henauw sprak over de huidige consumptiepatronen in Europa, die ver van een plantaardig voedingspatroon liggen. Er is een sterk onevenwicht in onze voedselconsumptie, we nemen te veel energie op uit dierlijke voedingsmiddelen en te weinig energie uit plantaardige voedingsmiddelen. De gemiddelde consumptie van fruit, groenten, volle granen, noten en zaden ligt in Europa beneden de aanbevolen hoeveelheden. Ook in België halen we de normen niet.  Er is nood aan inspanningen om het verbruik van voedingsmiddelen van plantaardige oorsprong te promoten.

Plantaardig eten, kosteneffectief?

Belgisch gezondheidseconoom Prof. Dr. Lieven Annemans had het over de economische impact van plantaardige voedingspatronen in België en UK. Hij besprak hierbij enkele resultaten van analyses over de kosteneffectiviteit van een plantaardig voedingspatroon in vergelijking met ons conventionele voedingspatroon.

Naast gezondheids- en milieuwinsten bij overschakelen op een meer plantaardig voedingspatroon zouden er ook economische winsten voor de maatschappij zijn. Deze zouden vooral voortkomen uit een daling van de kosten voor gezondheidszorg (directe medische kosten gerelateerd aan verschillende ziektes) en kosten gerelateerd aan het verlies van arbeidsproductiviteit.

Een duurzaam voedingspatroon

Em. Prof. Dr. Harry Haiking en Prof. Dr. Katarina Bälter spraken over de duurzaamheid van voedingspatronen en het effect op onze planeet. Onze voedingspatronen, en in het bijzonder de productie van dierlijke voedingsmiddelen, leggen door onder andere land- en watergebruik en uitstoot van broeikasgassen een enorme druk op het milieu. Het VIGeZ ziet het belang hiervan in en zal daarom, vertrekkende vanuit een consumptieperspectief, duurzaamheid meenemen als één van de uitgangspunten bij het formuleren van de aanbevelingen bij het nieuwe model.

Nudging

Hoe we consumenten kunnen motiveren om hun voedingspatroon aan te pakken werd ten slotte ook besproken, waarbij onder andere het concept van “nudging” aan bod kwam. Nudgingstrategieën kunnen onbewust het voedingsgerelateerde gedrag van consumenten beïnvloeden. Zo kan je nudges effectief gebruiken in bijvoorbeeld schoolsettings, thuis en in de sociale omgeving. Kleine aanpassingen kunnen je onbewust gezonder doen eten. 

Gezonde en milieuvriendelijke consumptie

Het is duidelijk dat gezondheid en duurzaamheid topprioriteiten zijn op de internationale agenda. Verschillende organisaties en onderzoekers sporen overheden en beleidsorganisaties zoals het VIGeZ aan om duurzaamheid op te nemen bij de ontwikkeling van nationale voedingsrichtlijnen. Een verschuiving van de huidige westerse voedingsgewoonten naar een gezonder voedingspatroon (met meer plantaardige voedingsmiddelen) is noodzakelijk voor een gezondere en milieuvriendelijkere consumptie. Het VIGeZ neemt dit dan ook mee als belangrijk aandachtspunt bij de herziening van het nieuwe model rond voeding.