Laatste ontwikkelingen op het gebied van voeding, beweging & sedentair gedrag

Thema: Voeding, beweging en sedentair gedrag

Datum: 15 december 2016

Het VIGeZ bundelt elke drie maanden nieuws en achtergrond over voeding, beweging en sedentair gedrag. Lees het in de nieuwsbrief of lees hier onze artikels online.

Interessante literatuur

VIGeZ was erbij

Taksen op milieuonvriendelijke voeding?

Hoe kunnen we milieuvriendelijk én gezond consumeren? Dat is de hoofdvraag van een nieuwe studie over de klimaatimpact van onze voedselconsumptie. De onderzoekers gingen de gevolgen na van taksen op milieuonvriendelijke voeding. Gezien het om een wereldwijde studie gaat, hielden de onderzoekers ook rekening met de gevolgen voor de voedselzekerheid in arme(re) landen.

Combinatie van factoren

De onderzoekers ontwikkelden een model over de gevolgen die een klimaattaks op ‘milieuonvriendelijke’ voeding zou hebben. In hun berekeningen spelen verschillende combinaties van onderstaande factoren een rol:

  • De gezondheidsimpact van volgende ziekten: kransslagaderziekte, beroerte, diabetes type 2, (een combinatie van verschillende types) kanker, en ook een factor die een combinatie van risicofactoren van verschillende ziektes weergeeft;
  • Risicofactoren gelinkt aan ons eetpatroon: lage consumptie van fruit en groenten en hoge consumptie van rood vlees;
  • Risicofactoren gelinkt aan ons gewicht: vier gradaties van ondergewicht, normaal gewicht, overgewicht en obesitas.

Hogere taksen voor rood vlees

Rekening houdend met bovenstaande factoren in hun model zouden de milieutaksen het hoogst moeten zijn voor onderstaande producten (in dalende volgorde):

  • Hoogst: voeding van dierlijke oorsprong: rundsvlees > lamsvlees > varkensvlees en gevogelte;
  • Gemiddeld: plantaardige oliën > melk en eieren > rijst;
  • Laagst: de meeste andere gewassen, zoals fruit, groenten, granen, wortelgewassen, peulvruchten en suiker.

Daling van milieuonvriendelijke voedselconsumptie

Om een effect op het milieu én de gezondheid te verkrijgen zouden taksen van 15-40% geheven moeten worden voor de hoogste categorie. Voor de gemiddelde categorie zijn taksen van 5 tot 9% nodig, voor de laagste categorie taksen van minder dan 3%. Hierdoor zal ook de consumptie van deze voedingsmiddelen dalen: 6-13% voor de hoogste categorie, 1-3% voor de tweede categorie en minder dan 1% daling voor de laagste categorie.

Investeren in groenten en fruit

Het heffen van dergelijke taksen zou in 2020 wereldwijd leiden tot 107.000 vermeden sterftegevallen. Dit effect zou nog versterkt kunnen worden indien de inkomsten van de taksen voor een gedeelte geherinvesteerd worden in het subsidiëren van groenten en fruit. Dit is iets wat het VIGeZ ook al lang bepleit, zeker voor kwetsbare groepen.

Nog een opvallend cijfer uit de studie is dat als we allemaal milieutaksen op onze voeding zouden betalen, de klimaatimpact van de wijziging van ons eetpatroon even groot zou zijn als de klimaatimpact van al het luchtverkeer wereldwijd.

‘Mitigation potential and global health impacts from emissions pricing of food commodities’ – Nature Climate Change – Springmann M; Mason-D’Croz D; Robinson S; Wiebe K; Godfray HCJ; Rayner M and Scarborough P; 2016

Succesvolle pilootprojecten op grote schaal

Interventies worden vaak in een kleine, gecontroleerde setting getest. En daar blijken ze effectief te zijn. Maar slecht weinig interventies blijven overeind in de ‘echte wereld’. The Lancet pleit in zijn ‘Physical Activity Series 2’ voor een reeks maatregelen die helpen om kleine interventies ook op grote schaal toe te passen.  

3 basisvoorwaarden

Hoewel er slechts weinig wetenschappelijke literatuur gevonden is over het ‘opschalen’ van interventies, zijn er toch 3 basisvoorwaarden om dit succesvol te doen. Dit is de bewezen effectiviteit in een gecontroleerde setting, de betrokkenheid van partners buiten de gezondheidssector en vroeg in het proces rekening houden met de institutionalisering binnen een organisatie.

Aanbevelingen voor onderzoekers

De onderzoekswereld dient meer aandacht te schenken aan mogelijkheden om toe te passen op grote schaal, aldus de auteurs. Ze doen een oproep om stil te staan bij volgende vragen: wat is de impact van interventies in de ‘echte wereld’? Hoe worden interventies geïmplementeerd? Welke factoren hebben invloed op het ‘opschalen’?

Aanbevelingen voor het beleid

Voornamelijk in landen waarbij de macht gedecentraliseerd is, zoals in België, is het belangrijk om een gemeenschappelijk beleid en actieplan uit te werken. De bevoegde minister heeft idealiter een actieplan gericht op meerdere niveaus en in meerdere sectoren. Daarnaast zou fysieke (in)activiteit actief gemonitord moeten worden. De auteurs doen bovendien een oproep om beweegbegeleiding te voorzien binnen de gezondheidszorg.

Oproep aan sectoren buiten gezondheid

Naast de gezondheidssector zijn ook andere sectoren van belang. Denk aan scholen, stadsplanning, transport, sport, recreatie, milieu, … Daarom moeten niet alleen de gezondheidsvoordelen van beweging gecommuniceerd worden, maar ook andere voordelen, zoals de kwaliteit van leven en economische voordelen.

Gemeenschappelijk actiegericht kader

Om dit proces in de toekomst gemakkelijker te maken, hebben de auteurs een actiegericht kader voorgesteld, waarin RE-AIM centraal staat. De bedoeling is dat zowel het beleid als de onderzoekswereld gebruikmaken van dit kader.

“Large-scale problems require large-scale solutions.”

Reis, R. S., Salvo, D., Ogilvie, D., Lambert, E. V., Goenka, S., & Brownson, R. C. (2016). Scaling up physical activity interventions worldwide: stepping up to larger and smarter approaches to get people moving. The Lancet. doi:10.1016/s0140-6736(16)30728-0

Helpt beweging in de vrije tijd tegen onvrijwillig invaliditeitspensioen?

Werkbaar werk, gezondheid en langer werken. Het zijn actuele topics. Zo ook onvrijwillig pensioen door invaliditeit. Want dat weegt op onze volksgezondheid, en dus ook op de economie en op de werknemers en werkgevers in vele Westerse landen.

De Finse ‘Helsinki Health Study’ ging daarom na wat de invloed is van beweging in de vrije tijd op onvrijwillig pensioen door invaliditeit. De studie toont op z’n minst een duidelijke associatie tussen intensief bewegen in de vrije tijd en een verminderde kans op onvrijwillig invaliditeitspensioen.

6,7% op invaliditeitspensioen

Bijna 4.000 werknemers tussen 40 en 60 jaar die werkzaam waren bij de Stad Helsinki namen deel aan de studie. Hierin werd zowel in 2000 als 2007 gepeild naar de beweging in de vrije tijd van deze werknemers. Op basis daarvan werden de werknemers in 3 groepen ingedeeld voor elk van beide meetmomenten. Dit ging van een groep die weinig actief was tot een groep die wekelijks matig intensief bewoog, en een derde groep die wekelijks bewoog aan een hoge intensiteit.  Voor deze groepen werd vervolgens gekeken naar het aantal werknemers dat in 2013 onvrijwillig op pensioen ging door invaliditeit. In totaal dienden 267 werknemers of 6,7% van de werknemers vervroegd op pensioen te gaan door invaliditeit.

Bewegen aan hoge intensiteit

Werknemers die eerst weinig actief waren en hun beweging verhoogden tot wekelijkse beweging aan hoge intensiteit hadden 62% minder kans om onvrijwillig op pensioen te moeten door invaliditeit, in vergelijking met werknemers die weinig actief bleven. In vergelijking met werknemers die wekelijks bewogen aan matige intensiteit, was dit nog 50%.

Ook in de omgekeerde richting werden significante verschillen gevonden. Werknemers die aanvankelijk nog bewogen aan hoge intensiteit maar enkele jaren later nog weinig actief waren, hadden 142% meer kans op onvrijwillig invaliditeitspensioen dan werknemers die intensief bleven bewegen.

Deze resultaten houden ook rekening met de mogelijke invloed van leeftijdsverschillen, geslacht, functie, de belasting tijdens het werk, roken en binge drinking.

Spier- en mentale problemen

In Finland veroorzaken spieraandoeningen en mentale problemen 2/3 van alle gevallen van onvrijwillig invaliditeitspensioen. Deze studie toont een duidelijk verband tussen beweging en deze twee aandoeningen. Maar kan geen antwoord geven op de oorzaak-gevolg vraag. Wel toont eerder onderzoek aan dat een gebrek aan beweging leidt tot meer kans op musculoskeletale problemen ter hoogte van de nek en rug.

Kritische noten

De studie formuleert dat de promotie van beweging in de vrije tijd en dan vooral aan hoge intensiteit mee kan beschermen tegen onvrijwillig invaliditeitspensioen. Hierbij vermelden de auteurs echter dat BMI en voorgaande afwezigheid op het werk door ziekten voor een stuk de sterkte van de resultaten afzwakt. Dit wijst er nogmaals op dat naast aandacht voor beweging, een integrale visie minstens even prioritair is, met aandacht voor gezonde voeding (impact op BMI), mentale gezondheid (bv. stress op het werk), en veiligheid (ongevallen). Een gezondheidsbeleid op het werk kan hier alvast voor een groot stuk aan bijdragen.

Naast aandacht voor beweging aan hoge intensiteit, blijft de aandacht voor ook licht en matig intensief bewegen volgens de auteurs belangrijk omwille van de reeds bewezen oorzaak-gevolgrelaties met sterftecijfers en hart- en vaatziekten. Projecten zoals Bike to work, 10.000 stappen, Start 2 stand of linken met het breed sportaanbod zijn slechts enkele van de vele mogelijkheden. 

17e International Congress of Dietetics (ICD) in Granada

Zoetstoffen, duurzame voeding en sociale media. Het kwam allemaal aan bod tijdens het International Congress of Dietetics (ICD) in Granada, dat plaatsvond van 7 tot 9 september.

1300 diëtisten en voedingsdeskundigen uit 42 landen waren erbij, net als het VIGeZ. Het ICD wordt elke 4 jaar georganiseerd door de International Confederation of Dietetic Associations (ICDA), de organisatie van nationale verenigingen voor diëtisten en voedingsdeskundigen. Wereldwijd vertegenwoordigt het ICDA 160.000 diëtisten en voedingsdeskundigen. Het congres stond dit jaar in het teken van duurzame voeding.

Zoetstoffen en gewicht

Zowel de Canadees John Sievenpiper, als de Nederlander Kees de Graaf en de Deense Anne Raben hadden het over zoetstoffen. De veiligheid van zoetstoffen wordt nog steeds uitgebreid onderzocht. Maar de JECFA (Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives) en de EFSA (European Food Safety Authority) keurden het gebruik ervan goed.

Nochtans zouden zoetstoffen het risico op obesitas, diabetes en cardiovasculaire aandoeningen doen toenemen. De sprekers lichtten echter toe dat de associatie uit cohortonderzoek, omgekeerd kan geïnterpreteerd worden: mensen met overgewicht zijn meer geneigd om zoetstoffen te gebruiken. Opvallend is dat gesuikerde dranken vervangen door dranken met zoetstoffen een gelijkaardige of zelfs grotere daling van het lichaamsgewicht en cardiovasculaire risicofactoren met zich meebrengt, dan door vervanging door water.

Er blijft wel nood aan grotere, kwalitatieve randomised controlled trials (RCT´s). Onderzoek is het erover eens dat gesuikerde dranken leiden tot een hoger lichaamsgewicht. Hoe het met gesuikerde voedingsmiddelen (suiker in vaste vorm) zit, is dan weer niet duidelijk.

Focus op gezonde levensstijl, niet op gewicht

De Canadese Maria Ricupero pleitte in haar uiteenzetting om de focus op het gewicht van een cliënt los te laten. Het is moeilijk om gewichtsverlies te behouden en elke keer een cliënt terug bijkomt (jojo-effect), is dit visceraal vet (wat vooral een probleem vormt bij diabeten met insulineresistentie). Daarnaast heerst er een stigma rond gewicht.

Volgens Ricupero kunnen cliënten gezondheidswinst halen zonder gewicht te verliezen: een hoge inname van groenten, fruit en vezels kan de insulinegevoeligheid verbeteren zonder dat de patiënt gewicht verliest. Gezondheid is een levensstijl: gezonde voeding, fysieke activiteit, mentale gezondheid, … Behandel dus de levensstijl en niet het gewicht, zo kunnen duurzame gezondheidsuitkomsten bereikt worden.

Diëtisten en sociale media

Facebook, LinkedIn, Instagram, Pinterest, Twitter, Vimeo en YouTube. De Australische diëtistenvereniging (Dietitians Association of Australia, DAA) is actief op elk sociaal mediakanaal. Sara Grafenauer gaf aan dat sociale media effectieve middelen zijn voor zelfstandige diëtisten, associaties, onderzoeksgroepen en vooral voor gezondheidspromotiecampagnes. Ze toonde inspirerende voorbeelden van campagnes die de DAA verspreidde voor onderzoeksdoeleinden, om de boodschap van een partner te ondersteunen of om een standpunt te promoten en te beargumenteren.

Claire Julsing Strydom van Zuid-Afrika ging in haar presentatie dieper in op de ethische aspecten van sociale media. Ze is zelf vooral actief op Twitter, en in haar presentatie gaf ze voorbeelden van ethische problemen die ze ervaarde (bv. iemand die boodschappen verspreidde in haar naam), of die ze behandelde toen ze nog voorzitter was van de diëtistenvereniging van Zuid-Afrika (Association for Dietetics in South Africa, ADSA).

Ondertussen deed de Nederlandse diëtiste Karine Hoenderdos van Nieuws voor Diëtisten een oproep om als diëtist de hashtag ‘#diëtist´ te gebruiken in tweets en Instagramfoto´s, en om elkaar regelmatig te retweeten.

Voorstelling European Public Health Nutrition Alliance

Het VIGeZ nam zelf ook het woord, samen met het Nederlandse Voedingscentrum en het Portugese CEIDSS (Centro de Estudos e Investigação em Dinâmicas Sociais e Saúde). Samen stelden we de European Public Health Nutrition Alliance (EPHNA) voor. Het doel was om andere Europese landen aan te trekken om onze groep te versterken en om niet-Europese landen te inspireren om een gelijkaardig initiatief op te starten in hun regio. De presentatie werd gesmaakt en er werden relevante contacten gelegd.

Practice what you preach

De gezonde keuze de gemakkelijkste keuze maken. Dat was het motto van de Australische Mary Ann Marshall. Als diëtist moeten we daar zelf de norm voor stellen en onze omgeving beïnvloeden. Ze zette haar verhaal kracht bij door foto´s te tonen die ze de afgelopen dagen had genomen op het congres. Waarom wordt water niet in kannen aangeboden, maar in flesjes op een congres met als centraal thema ´duurzaamheid´? Coca Cola had een stand waar frisdranken werden aangeboden en tijdens de pauze stonden de tafels vol met koeken van sponsors. Marshall deed een oproep om te starten bij onszelf en het goede voorbeeld te geven!

Save the date

In 2020 vindt het 18e ICD plaats in Cape Town (Zuid-Afrika) van 15 tot 18 september.
Meer info

REWARD eindsymposium

Beloningsgevoeligheid bij kinderen en jongeren. Na 4 jaar werd het REWARD-project over dit thema afgerond. De resultaten werden voorgesteld tijdens het eindsymposium op 27 en 28 oktober in Brussel. Het VIGeZ werd van in het begin betrokken als stakeholder bij het project.

Beleid, taksen of lokale acties?

De eerste dag, de wetenschappelijke dag, namen verschillende internationale experten het woord over beloningsgevoeligheid (prof. Stef Kremers, prof. Stephanie Anzman-Frasca, prof. Jens Blechert en prof. Finlayson Graham). Daarna gingen ze met elkaar de discussie aan, gemodereerd door ethicus prof. Ignaas Devisch. Volgende vragen kwamen aan bod:

  1. Hebben we een beleid nodig vanuit de overheid om het probleem van obesitas aan te pakken of gaan we alvast op individueel niveau aan de slag?
  2. Welk beleid is nodig om een gedragsverandering te bekomen?
  3. Hoe staan jullie tegenover de voedseltaks?.

Het idee van de voedseltaks werd positief onthaald door de onderzoekers, mits de taks doordacht wordt ingevoerd en deel uitmaakt van een breder pakket van maatregelen, wat  we bij het VIGeZ ook al lang bepleiten. Een belangrijke conclusie uit het debat: wacht niet op het beleid, maar speel simultaan in op lokale acties of micromaatregelen, zoals bijvoorbeeld nadenken over een verjaardagsfeestjesbeleid op scholen.

Resultaten in de praktijk

De tweede dag stond in het teken van de valorisatie, de resultaten in de praktijk. Verschillende stakeholders lichtten toe hoe de resultaten binnen hun organisatie naar de praktijk vertaald kunnen worden. Het VIGeZ maakte hierbij de link met gezondopvoeden.be en het voedingsbeleid op scholen (met de website kieskeurig.be ter ondersteuning hierbij).

Daarna werden drie werkgroepen rond valorisatie samengebracht binnen scholen, de industrie/distributie en de gezondheidszorg. Binnen de werkgroep industrie/distributie kwam o.a. de moeilijkheid van houdbaarheid van gezonde(re) snacks aan bod. Na afloop van de werkgroepen werden de ideeën door een panel van de REWARD-promotoren voorgesteld aan alle aanwezigen. Ter afsluiting kwam minister Jo Vandeurzen het belang van ‘health is in all policies’ bekrachtigen, met de nadruk op proportioneel universalisme om kwetsbare doelgroepen te kunnen bereiken.

Nota: ‘proportioneel universalisme’: we zetten ons in voor iedereen (universalisme), maar passen de intensiteit van de interventie aan het niveau van kwetsbaarheid aan (proportioneel).

Gerelateerd nieuws