Symposium
2007 : Wat mag het kosten, over kosteneffectiviteit
In 2007 vond het Symposium Gezondheidspromotie plaats op 27 november in Antwerpen.
Congresvoorzitter was Wivina Demeester (voorzitter VIG)
De Sprekers:
- Prof. Lieven Annemans (UGent – VUB)
Economie en gezondheid: een haat-liefde verhouding? - Dr. Catherine Swann (Centre for Public Health Excellence, UK)
Health promotion actions and strategies: arguments beyond cost-effectiveness - Prof. Herman Nys (KUL)
Reflecties - Dr. Ardine de Wit (RIVM, Nederland)
Economische afwegingen in het gezondheidsbeleid: ervaringen uit Nederland - Dr. Dirk Dewolf (Vlaams agentschap Zorg & Gezondheid)
Reflectie
download de presentaties (pdf, 4.33 MB)
Verslag (overgenomen uit het Jaarverslag 2007)
De gezondheidseconomische evaluatie is een discipline die de jongste jaren een sterke opgang kent. Begrippen als eficiëntie en kosteneffectiviteit duiken nu ook in het jargon van de gezondheidspromotiewerker op, ook in Vlaanderen. Naar aanleiding van de verschillende gezondheidsconferenties die de Vlaamse minister van Volksgezondheid houdt bij de (her)formulering van de gezondheidsdoelstellingen, ging veel aandacht naar de verwachte economische uitkomsten van de interventies die het veld naar voren schuift. Een goed moment dus om aan dat thema een symposium te wijden. Prof. Lieven Annemans (gezondheidseconoom UGent), dr. Ardine de Wit (gezondheidseconoom RIVM Nederland) en dr. Catherine Swann (expert gezondheidsbevordering bij het Britse NICE), gaven hun kijk op de verhouding tussen economie en gezondheid. Dat leverde enkele interessante inzichten op die we u niet willen onthouden.
Beleidsmakers hebben een uitgesproken voorkeur voor kosteneffectieve strategieën, die de samenleving meer opbrengen dan kosten. Aan preventie hangt dan de hoopvolle verwachting vast dat ze de hoge medische kosten die onze samenleving moet dragen, kan omlaag brengen. Anderen wijzen echter op de langetermijneffecten van preventie: wie langer leeft, wordt ouder en dat genereert op zijn beurt extra kosten. Volgens onderzoek van het Nederlandse RIVM blijken vele preventieve interventies echter kosteneffectief te zijn, zelfs als de kosten van de gewonnen levensjaren worden meegeteld. De slotsom is dat maar een beperkt deel van de zorgkosten kan worden toegewezen aan veranderingen in leefstijl. De zorgkosten zullen naar verwachting stijgen en gezond of ongezond gedrag heeft daar weinig invloed op.
De discussie moet dus worden opengetrokken. Kosteneffectiviteit is maar één element in de politieke besluitvorming. Of met een interventie aan de slag wordt gegaan, hangt niet enkel af van haar economische opbrengsten. Ook bijvoorbeeld de doelgroep, de actoren, de urgentie om iets te veranderen of de ethische aspecten zijn van tel. De gezondheidsbevordering slaagt er vooralsnog niet in de meest kwetsbare groepen te bereiken, terwijl uitgerekend zij de grootste gezondheidsnoden hebben. Werken met die groepen is intensief en dus duur. Het gevolg: uitgerekend interventies voor hen die
er het meest nood aan hebben, hebben in een economisch perspectief de laagste kansen op uitvoering. Het is dus maar de vraag naar welke uitkomsten wordt gekeken: gaat het enkel om kosten/baten in de zorg of staan we ook open voor maatschappelijke kosten en opbrengsten? Niet voor niets overweegt het Britse NICE om equity als afzonderlijke parameter in de berekeningen van de kosteneffectiviteit op te nemen. Een zinvolle suggestie en een opdracht voor de toekomst. Gezondheidsbevordering en economie hebben nog een weg af te leggen alvorens ze goed op elkaar ingespeeld raken. Maar dat ze elkaar iets te bieden hebben, staat buiten kijf.

